Thuis Psychologie Is de innerlijke criticus een vriend of een vijand?

Is de innerlijke criticus een vriend of een vijand?

door Albert Janssens

Adverteren

We hebben allemaal een innerlijke stem die commentaar levert op onze acties: “Je hebt het weer verknald,” “Waarom zei je dat?”, “Je bent niet goed genoeg.” Deze stem is de innerlijke criticus. Hij ontwikkelt zich in de kindertijd als een poging om ons te “beschermen” tegen fouten, oordeel en afwijzing.

Adverteren

In eerste instantie is de criticus een helper. Hij leert ons: “Raak geen hete dingen aan,” “Wees beleefd.” Maar na verloop van tijd kan hij veranderen in een tiran, die initiatief, creativiteit en intimiteit verlamt. Zijn primaire functie is niet ontwikkeling, maar risicovermijding.

Het probleem is dat de criticus vaak de taal spreekt van belangrijke volwassenen uit onze kindertijd: ouders, leraren. Daardoor klinken hun beschuldigingen als absolute waarheid. Maar in werkelijkheid zijn ze een achterhaalde verdedigingsstrategie.

Om de criticus te “temmen”, moet je hem eerst horen. Schrijf op wat hij zegt. Vraag je dan af: “Wie zegt dit? Namens wie?” Het blijkt vaak de stem te zijn van een vader die bang was om te falen, of een leraar die alleen perfectie waardeerde.

De volgende stap is dialoog. Stel je de criticus voor als een personage. Vraag: “Wat wil je voor me?” Het meest voorkomende antwoord is: “Ik wil veilig zijn” of “niet uitgescholden worden.” Achter de agressie schuilt angst.

Dit vind je misschien ook leuk