De Filipijnse arend (Pithecophaga jefferyi), ook wel bekend als de “apenhavik”, is een van de grootste en krachtigste arenden ter wereld. Zijn spanwijdte bedraagt 2,2 meter en zijn lengte kan oplopen tot 1 meter. Deze arend is endemisch voor de Filipijnen en leeft uitsluitend in de oerbossen van de tropische eilanden Luzon, Samar, Leyte en Mindanao.
Adverteren
Ondanks zijn naam bestaat zijn dieet niet alleen uit apen (makaken en lori’s), maar ook uit vliegende lemuren, eekhoorns, vogels en zelfs kleine herten. Dankzij zijn scherpe zicht kan hij prooien spotten vanaf een hoogte van 500 meter, en zijn krachtige klauwen zijn in staat de schedel van een volwassen aap te doorboren.
De grootste bedreiging voor deze soort is ontbossing. In de afgelopen 50 jaar is meer dan 70% van de oerbossen van de Filipijnen verloren gegaan aan landbouw, houtkap en mijnbouw. Zonder grote jacht- en broedgebieden kan de adelaar niet overleven.
Er leven tegenwoordig minder dan 400 volwassen exemplaren in het wild. De soort staat op de Rode Lijst van de IUCN als “ernstig bedreigd”. Een paar adelaars heeft een bosgebied van maximaal 100 vierkante kilometer nodig, waardoor ze extreem kwetsbaar zijn voor habitatfragmentatie.
De Filipijnse adelaar plant zich zeer langzaam voort: het vrouwtje legt eens in de twee jaar een ei en het kuiken blijft tot twee jaar bij de ouders. Dit betekent dat zelfs onder ideale omstandigheden de populatie extreem langzaam groeit.